recess
re
ˈri:
ri
cess
sɛs
ses
rhesus

Definitie en betekenis van "recess"in het Engels

01

pauze, speelkwartier

a pause from doing something (as work) 
recess definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
recesses
02

uitsparing, nis

an enclosure that is set back or indented 
03

inham, baai

an arm off of a larger body of water (often between rocky headlands) 
04

uitsparing, nis

a small indented area or alcove set back into a wall or other surface 
Voorbeelden
The children hid their toys in the recess of the wall, where no one would find them. 

De kinderen verstopten hun speelgoed in de nis van de muur, waar niemand ze zou vinden.

05

onderbreking, schorsing

a state of abeyance or suspended business 
06

pauze, speelkwartier

a scheduled break between lessons or classes in a school; allowing students to engage in relaxing activities 
Voorbeelden
The students eagerly awaited recess to play outside. 

De leerlingen keken reikhalzend uit naar de pauze om buiten te spelen.

07

onderbreking van de rechtszitting, gerechtelijke pauze

a short break during a court trial 
Voorbeelden
The judge announced a recess for lunch. 

De rechter kondigde een pauze aan voor de lunch.

08

reces, onderbreking

a break period when lawmakers or officials temporarily stop meeting 
Voorbeelden
Parliament went into recess for the summer. 

Het parlement ging in reces voor de zomer.

to recess
01

in een uitsparing plaatsen, in een nis zetten

put into a recess 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
recess
3e persoon enkelvoud
recesses
onvoltooid deelwoord
recessing
onvoltooid verleden tijd
recessed
voltooid deelwoord
recessed
02

uitstellen, sluiten

close at the end of a session 
03

een uitsparing maken in, uitsnijden

make a recess in 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store