Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Purpose
01
doel, bedoeling
a desired outcome that guides one's plans or actions
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
purposes
Voorbeelden
She joined the volunteer organization with the purpose of helping disadvantaged children in her community.
Ze sloot zich aan bij de vrijwilligersorganisatie met het doel om kansarme kinderen in haar gemeenschap te helpen.
02
doel, bedoeling
the reason or intention for which something is made, done, or used
Voorbeelden
She explained the purpose of the experiment to her science class.
Ze legde het doel van het experiment uit aan haar wetenschapsklas.
03
doel, vastberadenheid
the quality of being determined to do or achieve something; firmness of purpose
to purpose
01
besluiten, vaststellen
reach a decision
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
purpose
3e persoon enkelvoud
purposes
onvoltooid deelwoord
purposing
onvoltooid verleden tijd
purposed
voltooid deelwoord
purposed
02
voorstellen, van plan zijn
propose or intend
Lexicale Boom
purposeful
purposeless
purposely
purpose



























