prink
prink
prɪnk
prink
/pɹˈɪŋk/

Definitie en betekenis van "prink"in het Engels

to prink
01

zich opdirken, zich mooi aankleden

put on special clothes to appear particularly appealing and attractive
to prink definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
prink
3e persoon enkelvoud
prinks
onvoltooid deelwoord
prinking
onvoltooid verleden tijd
prinked
voltooid deelwoord
prinked
02

zich zorgvuldig kleden, zich opdirken

dress very carefully and in a finicky manner
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store