Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pop off
01
overlijden, sterven
pass from physical life and lose all bodily attributes and functions necessary to sustain life
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
pop
tegenwoordige tijd
pop off
3e persoon enkelvoud
pops off
onvoltooid deelwoord
popping off
onvoltooid verleden tijd
popped off
voltooid deelwoord
popped off
02
er vandoor gaan, opkrassen
leave quickly
03
ontploffen, uitvallen
to suddenly start expressing anger, ranting, or confronting someone verbally or physically
Slang
Voorbeelden
Do n't pop off; you'll regret it.
Ontplof niet; je zult er spijt van krijgen.
04
schitteren, uitblinken
to perform exceptionally well, especially in a game, performance, or activity
Slang
Voorbeelden
The team popped off during the final round of the competition.
Het team presteerde uitstekend tijdens de laatste ronde van de wedstrijd.



























