Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to plummet
01
neerstorten, in vrije val raken
to fall to the ground rapidly
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
plummet
3e persoon enkelvoud
plummets
onvoltooid deelwoord
plummeting
onvoltooid verleden tijd
plummeted
voltooid deelwoord
plummeted
Voorbeelden
The climber lost their footing on the steep slope, causing them to plummet down the mountainside.
De klimmer verloor zijn evenwicht op de steile helling, waardoor hij naar beneden stortte langs de berghelling.
02
kelderen, instorten
to decline in amount or value in a sudden and rapid way
Intransitive
Voorbeelden
The housing market experienced a downturn, causing property values to plummet rapidly.
De woningmarkt kende een neergang, waardoor de waarde van onroerend goed snel daalde.
Plummet
01
het metalen gewicht van een schietlood, het gewicht van een schietlood
the metal bob of a plumb line
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
plummets



























