Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to peer
01
turen, aandachtig kijken
to look closely or attentively at something, often in an effort to see or understand it better
Intransitive: to peer somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
peer
3e persoon enkelvoud
peers
onvoltooid deelwoord
peering
onvoltooid verleden tijd
peered
voltooid deelwoord
peered
Voorbeelden
The scientist is peering through the microscope to analyze the specimen.
De wetenschapper tuurt door de microscoop om het specimen te analyseren.
01
leeftijdsgenoot, gelijke
a person of the same age, social status, or capability as another specified individual
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
peers
Voorbeelden
The summer camp aimed to create a supportive environment where children could interact with peers and develop social skills.
Het zomerkamp had als doel een ondersteunende omgeving te creëren waar kinderen konden omgaan met hun leeftijdsgenoten en sociale vaardigheden konden ontwikkelen.
02
peer, edelman
a nobleman holding a hereditary or life title in the British peerage, such as a duke, marquis, earl, viscount, or baron
Voorbeelden
As a peer, he held significant influence in British politics.
Als peer had hij aanzienlijke invloed in de Britse politiek.



























