Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
one-person
01
eenpersoons, voor één persoon
created for the use or occupancy of a single individual only
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The ride operator explained that the roller coaster car was a one-person seat for safety reasons.
De attractiebediener legde uit dat de rollercoasterwagen om veiligheidsredenen een eenpersoons zitplaats was.



























