Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Object
01
object, voorwerp
a non-living thing that one can touch or see
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
objects
Voorbeelden
The sculpture in the museum is an ancient object made of marble.
Het beeldhouwwerk in het museum is een oud object gemaakt van marmer.
Voorbeelden
The object of his research was to find a cure.
Het doel van zijn onderzoek was een remedie te vinden.
Voorbeelden
In the sentence "She reads a book," "a book" is the object.
In de zin « Zij leest een boek » is « een boek » het lijdend voorwerp.
04
object, doel
the entity toward which thoughts, feelings, or perceptions are directed
Voorbeelden
Love can have many objects, such as family or pets.
Liefde kan veel objecten hebben, zoals familie of huisdieren.
05
object, entiteit
a discrete unit representing data, a resource, or any entity known to a computer
Voorbeelden
Each file is an object in the database.
Elk bestand is een object in de database.
to object
01
bezwaar maken, tegenwerpen
to give a fact or an opinion as a reason against something
Transitive: to object that
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
object
3e persoon enkelvoud
objects
onvoltooid deelwoord
objecting
onvoltooid verleden tijd
objected
voltooid deelwoord
objected
Voorbeelden
She objected that the new rule would unfairly penalize part-time employees.
Ze wierp tegen dat de nieuwe regel deeltijdwerknemers oneerlijk zou straffen.
02
bezwaar maken, protesteren
to express disapproval of something
Transitive: to object to sth
Voorbeelden
During the meeting, several members objected to the proposed changes in the company policy.
Tijdens de vergadering hebben verschillende leden bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde wijzigingen in het bedrijfsbeleid.
Lexicale Boom
objectify
objective
object



























