Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to attract
01
aantrekken, lokken
to interest and draw someone or something toward oneself through specific features or qualities
Transitive: to attract sb/sth | to attract sb/sth to sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
attract
3e persoon enkelvoud
attracts
onvoltooid deelwoord
attracting
onvoltooid verleden tijd
attracted
voltooid deelwoord
attracted
Voorbeelden
The new advertisement campaign aimed to attract a younger audience with its modern and dynamic approach.
De nieuwe advertentiecampagne was gericht op het aantrekken van een jonger publiek met zijn moderne en dynamische aanpak.
02
aantrekken, verleiden
to cause sexual or romantic interest in someone
Transitive: to attract sb
Voorbeelden
She used her wit and intelligence to attract him.
Ze gebruikte haar scherpzinnigheid en intelligentie om hem aan te trekken.
03
aantrekken, een aantrekkingskracht uitoefenen op
(of an object) to pull or draw another object towards itself due to gravitational, magnetic, or other forces
Transitive: to attract sth
Voorbeelden
Positive and negative electric charges attract each other, causing charged particles to move towards one another.
Positieve en negatieve elektrische ladingen trekken elkaar aan, waardoor geladen deeltjes naar elkaar toe bewegen.
Lexicale Boom
attractable
attracter
attraction
attract



























