nickel
ni
ˈnɪ
ni
ckel
kəl
kēl
chiclepickleticklefickle

Definitie en betekenis van "nickel"in het Engels

01

nikkel, het nikkel

a hard, silvery, malleable, and corrosion-resistant metallic element used in alloys and plating 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
nickels
Voorbeelden
The coin is made primarily of nickel and copper. 

De munt is voornamelijk gemaakt van nikkel en koper.

02

een nikkel, een muntstuk van vijf cent

a five-cent coin of Canada and the US 
Voorbeelden
He found a nickel on the ground and added it to his coin collection. 

Hij vond een nikkel op de grond en voegde deze toe aan zijn muntenverzameling.

03

vijf dollar drugs, een nikkel drugs

a quantity of drugs valued at five dollars 
informeel
Voorbeelden
He bought a nickel of cocaine on the street. 

Hij kocht een nikkel cocaïne op straat.

to nickel
01

vernikkelen, met nikkel bedekken

to coat or plate an object with a layer of nickel 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nickel
3e persoon enkelvoud
nickels
onvoltooid deelwoord
nickeling
onvoltooid verleden tijd
nickeled
voltooid deelwoord
nickeled
Voorbeelden
The jeweler nickeled the bracelet to prevent tarnishing. 

De juwelier vernikkelde de armband om verkleuring te voorkomen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store