Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
wispelturig, humeurig
experiencing frequent changes in mood, often without apparent reason or explanation
Voorbeelden
He became moody whenever he was stressed at work, snapping at his coworkers for no reason.
Hij werd humeurig wanneer hij gestrest was op het werk, en viel zijn collega's zonder reden aan.
02
characterized by brooding, sulky, or sullen temperament
Voorbeelden
She looked moody after receiving the bad news.
Lexicale Boom
moodily
moodiness
moody
mood



























