Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Mishap
01
ongelukje, incident
a minor accident that has no serious consequences
Voorbeelden
The camping trip went smoothly, except for a minor mishap when the tent zipper got stuck.
De kampeertrip verliep soepel, behalve voor een kleine tegenslag toen de tentrits vast kwam te zitten.
02
tegenslag, ongeluk
an unexpected and unlucky event
Voorbeelden
During the play, a technical mishap caused the lights to go out suddenly.
Tijdens het stuk veroorzaakte een technische storing dat de lichten plotseling uitgingen.
Lexicale Boom
mishap
hap



























