Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
maiden
01
maagdelijke, ongehuwd
describing an unmarried girl or woman
Voorbeelden
The maiden aunt lived a life of independence and adventure.
De ongehuwde tante leefde een leven van onafhankelijkheid en avontuur.
02
eerste, maiden
marking the very first occurrence or introduction of an event, action, or creation
Voorbeelden
His maiden speech in Parliament was met with applause from both sides.
Zijn eerste toespraak in het Parlement werd met applaus van beide kanten ontvangen.
Maiden
01
maagd, meisje
an unmarried girl (especially a virgin)
02
een over zonder punten, maagdelijke over
(cricket) an over in which no runs are scored



























