Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to look like
[phrase form: look]
01
lijken op, eruit zien als
to resemble a thing or person in appearance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
like
basiswerkwoord
look
tegenwoordige tijd
look like
3e persoon enkelvoud
looks like
onvoltooid deelwoord
looking like
onvoltooid verleden tijd
looked like
voltooid deelwoord
looked like
Voorbeelden
She has looked like her grandmother since she was a child.
Ze lijkt op haar grootmoeder sinds ze een kind was.
02
lijken op, de indruk geven van
to give the impression or suggestion of being a certain way
Voorbeelden
He looked like he had seen a ghost when he opened the door.
Hij zag eruit alsof hij een spook had gezien toen hij de deur opendeed.



























