to limp
Pronunciation
/ˈɫɪmp/

Definitie en betekenis van "limp"in het Engels

to limp
01

mank lopen, hinken

to walk with difficulty, particularly due to a damaged or stiff leg or foot
Intransitive: to limp | to limp somewhere
to limp definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
limp
3e persoon enkelvoud
limps
onvoltooid deelwoord
limping
onvoltooid verleden tijd
limped
voltooid deelwoord
limped
Voorbeelden
The elderly man limped to the park bench, taking a moment to rest and catch his breath.
De oudere man hinkte naar de parkbank, nam even de tijd om uit te rusten en op adem te komen.
02

mank lopen, moeizaam bewegen

to operate or move with difficulty, often due to mechanical issues or damage
Intransitive: to limp | to limp somewhere
Voorbeelden
The aircraft, experiencing technical difficulties, had to limp to the nearest airport for emergency landing.
Het vliegtuig, dat technische problemen ondervond, moest moeizaam voortbewegen naar de dichtstbijzijnde luchthaven voor een noodlanding.
01

slap, lusteloos

not having any energy or determination
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
limpest
vergrotende trap
limper
gradueerbaar
Voorbeelden
The limp response from the audience disappointed the performer.
De slappe reactie van het publiek stelde de artiest teleur.
02

slap, zwak

lacking firmness and strength
Voorbeelden
She held the limp balloon that had lost all its air.
Ze hield de slappe ballon vast die al zijn lucht had verloren.
01

mank lopen, hinken

a slow or uneven manner of walking resulting from a damaged or stiff leg or foot
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
limps
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store