Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to lack
01
ontbreken, tekortkomen
to be without or to not have enough of something that is needed or desirable
Transitive: to lack a quality or resource
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
lack
3e persoon enkelvoud
lacks
onvoltooid deelwoord
lacking
onvoltooid verleden tijd
lacked
voltooid deelwoord
lacked
Voorbeelden
The garden lacked proper sunlight, hindering the growth of certain plants.
De tuin ontbeerde voldoende zonlicht, wat de groei van bepaalde planten belemmerde.
01
gebrek, tekort
the absence or insufficiency of something, often implying a deficiency or shortage
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
lacks
Voorbeelden
The team 's lack of preparation led to their defeat.
Het gebrek aan voorbereiding van het team leidde tot hun nederlaag.
Lexicale Boom
lacking
lack



























