jaunt
jaunt
ʤɔnt
jawnt
/d‍ʒˈɔːnt/

Definitie en betekenis van "jaunt"in het Engels

to jaunt
01

uitstapje maken, rondwandelen

to take a short and leisurely journey or excursion, often for pleasure or recreation
Intransitive: to jaunt somewhere
to jaunt definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
jaunt
3e persoon enkelvoud
jaunts
onvoltooid deelwoord
jaunting
onvoltooid verleden tijd
jaunted
voltooid deelwoord
jaunted
Voorbeelden
After a week of intense work, the friends decided to jaunt to the spa for a day of relaxation.
Na een week van intensief werk besloten de vrienden een uitstapje naar de spa te maken voor een dag van ontspanning.
01

uitstapje, tocht

a journey taken for pleasure
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
jaunts
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store