Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to jaunt
01
uitstapje maken, rondwandelen
to take a short and leisurely journey or excursion, often for pleasure or recreation
Intransitive: to jaunt somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
jaunt
3e persoon enkelvoud
jaunts
onvoltooid deelwoord
jaunting
onvoltooid verleden tijd
jaunted
voltooid deelwoord
jaunted
Voorbeelden
After a week of intense work, the friends decided to jaunt to the spa for a day of relaxation.
Na een week van intensief werk besloten de vrienden een uitstapje naar de spa te maken voor een dag van ontspanning.
01
uitstapje, tocht
a journey taken for pleasure
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
jaunts



























