Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
bestehenbleiben
/bəʃtˈeːən blˈaɪbən/
bestehen bleiben
bestehenbleiben
[past form: blieb bestehen]
01
voortduren, blijven bestaan
Fortdauern, weiterhin existieren oder gültig sein
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
bestehen
basiswerkwoord
bleiben
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
bleibe bestehen
3e persoon enkelvoud
bleibt bestehen
onvoltooid deelwoord
bestehen bleibend
onvoltooid verleden tijd
blieb bestehen
voltooid deelwoord
bestehengeblieben
Voorbeelden
Trotz der Krise sind unsere Werte bestehen geblieben.
Ondanks de crisis zijn onze waarden in stand gebleven.



























