zumachen
Pronunciation
/ˈtsuːmaxən/

Definitie en betekenis van "zumachen"in het Duits

zumachen
01

sluiten, dichtdoen

Nicht mehr geöffnet sein
zumachen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
machen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
mache zu
3e persoon enkelvoud
macht zu
onvoltooid deelwoord
zumachend
onvoltooid verleden tijd
machte zu
voltooid deelwoord
zugemacht
Voorbeelden
Wir müssen bald zumachen.
We moeten snel sluiten.
02

sluiten, afdekken

Etwas schließen, das geöffnet war
zumachen definition and meaning
Voorbeelden
Er macht seine Jacke zu.
Hij maakt zijn jas dicht.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store