zubereiten
zubereiten
t͡su:bəʁaɪ̯tn
tsoobēraitn

Definitie en betekenis van "zubereiten"in het Duits

zubereiten
01

bereiden, koken

Essen oder ein Gericht durch Kochen, Backen oder andere Methoden fertig machen 
zubereiten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
bereiten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
bereite zu
3e persoon enkelvoud
bereitet zu
onvoltooid deelwoord
zubereitend
onvoltooid verleden tijd
bereitete zu
voltooid deelwoord
zubereitet
Voorbeelden
Sie bereitet jeden Tag frisches Essen zu. 

Ze bereidt elke dag vers eten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store