Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
weg sein
[past form: weg war]
01
weg zijn, verdwenen zijn
Sich nicht am erwarteten Ort befinden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
weg
basiswerkwoord
sein
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
bin weg
3e persoon enkelvoud
ist weg
onvoltooid deelwoord
weg seiend
onvoltooid verleden tijd
weg war
voltooid deelwoord
weg gewesen
Voorbeelden
Das Problem ist noch nicht weg.
Het probleem is nog niet verdwenen.



























