Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wechseln
01
veranderen, vervangen
Etwas durch etwas anderes ersetzen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
either
1e persoon enkelvoud
wechsle
3e persoon enkelvoud
wechselt
onvoltooid deelwoord
wechselnd
onvoltooid verleden tijd
wechselte
voltooid deelwoord
gewechselt
Voorbeelden
Wir wechseln das Thema.
We veranderen van onderwerp.
02
veranderen, wisselen
Sich verändern
Voorbeelden
Die Farben des Himmels wechseln bei Sonnenuntergang.
De kleuren van de lucht veranderen bij zonsondergang.
03
wisselen, ruilen
Geld in eine andere Währung oder in Kleingeld umtauschen
Voorbeelden
Sie wechselt ihr Geld am Flughafen.
Ze wisselt haar geld op de luchthaven.



























