Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vertreten
01
vertegenwoordigen, vervangen
Jemanden oder etwas anstelle von jemand anderem vertreten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
treten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
vertrete
3e persoon enkelvoud
vertritt
onvoltooid deelwoord
vertretend
onvoltooid verleden tijd
vertrat
voltooid deelwoord
vertreten
Voorbeelden
Wer wird dich im Urlaub vertreten?
Wie zal je vertegenwoordigen tijdens de vakantie?
vertreten
01
aanwezig, vertegenwoordigd
Anwesend oder vertreten sein
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
niet gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Im Ausschuss sind alle Parteien vertreten.
In de commissie zijn alle partijen vertegenwoordigd.



























