Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verstoßen
[past form: verstieß]
01
overtreden, schenden
Gegen ein Gesetz oder eine Regel handeln
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
stoßen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verstoße
3e persoon enkelvoud
verstößt
onvoltooid deelwoord
verstoßend
onvoltooid verleden tijd
verstieß
voltooid deelwoord
verstoßen
Voorbeelden
Sie hat gegen die Vorschriften verstoßen.
Ze heeft de voorschriften overtreden.



























