Zoeken
verstehen
01
begrijpen, verstaan
Den Sinn von etwas erkennen
Voorbeelden
Sie versteht den Text gut.
Ze begrijpt de tekst goed.
02
overweg kunnen, goed overweg kunnen
Gut miteinander auskommen
Voorbeelden
Vater und Sohn verstehen sich.
Vader en zoon begrijpen elkaar.
03
beheersen, controleren
Etwas gut können oder beherrschen
Voorbeelden
Ich verstehe nichts von Autos.
Ik begrijp niets van auto's.


























