Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verschwinden
01
verdwijen, wegvallen
Aufhören, sichtbar oder vorhanden zu sein
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
schwinden
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
verschwinde
3e persoon enkelvoud
verschwindet
onvoltooid deelwoord
verschwindend
onvoltooid verleden tijd
verschwand
voltooid deelwoord
verschwunden
Voorbeelden
Der Schnee wird im Frühling verschwinden.
De sneeuw zal in de lente verdwijnen.



























