verschieben
Pronunciation
/fɛɐ̯ˈʃiːbn̩/

Definitie en betekenis van "verschieben"in het Duits

verschieben
01

uitstellen

Etwas auf einen späteren Zeitpunkt legen
verschieben definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
schieben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verschiebe
3e persoon enkelvoud
verschiebt
onvoltooid deelwoord
verschiebend
onvoltooid verleden tijd
verschob
voltooid deelwoord
verschoben
Voorbeelden
Kann man das Meeting auf morgen verschieben?
Kunnen we de vergadering naar morgen verplaatsen ?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store