Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verringern
01
verlagen, verminderen
Etwas bewusst weniger machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verringere
3e persoon enkelvoud
verringert
onvoltooid deelwoord
verringernd
onvoltooid verleden tijd
verringerte
voltooid deelwoord
verringert
Voorbeelden
Der Mechaniker verringerte den Druck in den Reifen.
De monteur verlaagde de druk in de banden.
02
afnemen, verminderen
Von selbst weniger werden
Voorbeelden
Die Schmerzen verringern sich mit der Zeit.
De pijn verminderd met de tijd.



























