Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verknüpfen
01
verbinden
Zwei oder mehr Elemente auf sinnvolle oder systematische Weise miteinander verbinden, sodass eine Beziehung oder ein Zusammenhang entsteht
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verknüpfe
3e persoon enkelvoud
verknüpft
onvoltooid deelwoord
verknüpfend
onvoltooid verleden tijd
verknüpfte
voltooid deelwoord
verknüpft
Voorbeelden
Die Studie verknüpft Schlafmangel mit verminderter Konzentration.
De studie verbindt slaapgebrek met verminderde concentratie.



























