verfügen
verfügen
fɛɐ̯fy:gng
fefygng
verengenvermögenverlogenverlegen

Definitie en betekenis van "verfügen"in het Duits

verfügen
01

verordenen, bevelen

Eine offizielle Anordnung oder Entscheidung mit Autorität treffen 
verfügen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
fügen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verfüge
3e persoon enkelvoud
verfügt
onvoltooid deelwoord
verfügend
onvoltooid verleden tijd
verfügte
voltooid deelwoord
verfügt
Voorbeelden
Das Gericht verfügte die Schließung des Betriebs. 

De rechtbank beval de sluiting van het bedrijf.

02

beschikken over, hebben

Etwas besitzen oder Zugriff darauf haben 
verfügen definition and meaning
Voorbeelden
Er verfügt über große Sprachkenntnisse. 

Hij beschikt over grote taalkundige kennis.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store