Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verfügen
01
verordenen, bevelen
Eine offizielle Anordnung oder Entscheidung mit Autorität treffen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
fügen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verfüge
3e persoon enkelvoud
verfügt
onvoltooid deelwoord
verfügend
onvoltooid verleden tijd
verfügte
voltooid deelwoord
verfügt
Voorbeelden
Der Bürgermeister verfügte eine Ausgangssperre.
De burgemeester vaardigde een avondklok uit.
02
beschikken over, hebben
Etwas besitzen oder Zugriff darauf haben
Voorbeelden
Sie verfügt über viel Erfahrung im Management.
Ze beschikt over veel ervaring in management.



























