verfügen
Pronunciation
/fɛɐ̯ˈfyːɡn̩/

Definitie en betekenis van "verfügen"in het Duits

verfügen
01

verordenen, bevelen

Eine offizielle Anordnung oder Entscheidung mit Autorität treffen
verfügen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
fügen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verfüge
3e persoon enkelvoud
verfügt
onvoltooid deelwoord
verfügend
onvoltooid verleden tijd
verfügte
voltooid deelwoord
verfügt
Voorbeelden
Der Bürgermeister verfügte eine Ausgangssperre.
De burgemeester vaardigde een avondklok uit.
02

beschikken over, hebben

Etwas besitzen oder Zugriff darauf haben
verfügen definition and meaning
Voorbeelden
Sie verfügt über viel Erfahrung im Management.
Ze beschikt over veel ervaring in management.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store