Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Ufer
01
oever, kust
Der Rand eines Gewässers wie eines Flusses, Sees oder Meeres
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Ufers
meervoudsvorm
Ufer
Voorbeelden
Wir sitzen am Ufer und sehen den Sonnenuntergang.
We zitten aan de oever en kijken naar de zonsondergang.



























