Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
trennen
[past form: trennte]
01
scheiden
Etwas auseinandernehmen oder voneinander lösen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
trenne
3e persoon enkelvoud
trennt
onvoltooid deelwoord
trennend
onvoltooid verleden tijd
trennte
voltooid deelwoord
getrennt
Voorbeelden
Sie trennten die zwei kämpfenden Kinder.
Zij scheidden de twee vechtende kinderen.
02
breken, uit elkaar gaan
Eine Beziehung oder Verbindung beenden
Voorbeelden
Er hat sich von seiner Freundin getrennt.
Hij heeft uitgemaakt met zijn vriendin.



























