surren
Pronunciation
/ˈzʊʁən/

Definitie en betekenis van "surren"in het Duits

surren
[past form: surrte]
01

zoemen, gonzen

Das charakteristische Summ- oder Schwirrgeräusch, das fliegende Insekten mit ihren Flügeln erzeugen
surren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
surre
3e persoon enkelvoud
surrt
onvoltooid deelwoord
surrend
onvoltooid verleden tijd
surrte
voltooid deelwoord
gesurrt
Voorbeelden
Mücken surren nachts besonders laut am Ohr.
Muggen zoemen 's nachts bijzonder luid bij de oren.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store