stoßen
stoßen
ʃto:sn
shtosn

Definitie en betekenis van "stoßen"in het Duits

stoßen
01

duwen, stoten

Mit Kraft gegen etwas oder jemanden drücken oder einen plötzlichen Impuls geben 
stoßen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stoße
3e persoon enkelvoud
stößt
onvoltooid deelwoord
stoßend
onvoltooid verleden tijd
stieß
voltooid deelwoord
gestoßen
Voorbeelden
Er stößt die Tür mit dem Fuß auf. 

Hij duwt de deur open met zijn voet.

02

stoten, botsen

Unabsichtlich gegen etwas schlagen und sich dabei verletzen 
stoßen definition and meaning
Voorbeelden
Ich habe mich am Tisch gestoßen. 

Ik heb me gestoten aan de tafel.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store