stehlen
Pronunciation
/ˈʃteːlən/

Definitie en betekenis van "stehlen"in het Duits

stehlen
01

stelen, jatten

Etwas heimlich wegnehmen, ohne Erlaubnis
stehlen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stehle
3e persoon enkelvoud
stiehlt
onvoltooid deelwoord
stehlend
onvoltooid verleden tijd
stahl
voltooid deelwoord
gestohlen
Voorbeelden
Man darf nicht stehlen.
Je mag niet stelen.
02

wegsluipen, wegglippen

Leise und heimlich weggehen
stehlen definition and meaning
Voorbeelden
Er stiehlt sich oft aus dem Büro.
Hij sluipt vaak weg van kantoor.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store