Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
stechen
01
steken
Etwas mit einem spitzen Gegenstand oder einem Insekt schmerzhaft in die Haut drücken
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
steche
3e persoon enkelvoud
sticht
onvoltooid deelwoord
stechend
onvoltooid verleden tijd
stach
voltooid deelwoord
gestochen
Voorbeelden
Die Mücke sticht nachts.
De mug steekt 's nachts.



























