sorgen
sorgen
zɔʁgng
zawrgng
morgen

Definitie en betekenis van "sorgen"in het Duits

sorgen
01

zorgen maken, bezorgd zijn

Angst oder Sorge um jemanden oder etwas haben 
sorgen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
sorge
3e persoon enkelvoud
sorgt
onvoltooid deelwoord
sorgend
onvoltooid verleden tijd
sorgte
voltooid deelwoord
gesorgt
Voorbeelden
Ich sorge mich um meine Gesundheit. 

Ik maak me zorgen om mijn gezondheid.

02

zorgen voor, verzorgen

Für jemanden oder etwas verantwortlich sein und darauf achten 
sorgen definition and meaning
Voorbeelden
Sie sorgt für ihre kranke Mutter. 

Zorgen voor haar zieke moeder.

03

regelen, organiseren

Für etwas sorgen heißt, dass man etwas in die Wege leitet oder erledigt 
sorgen definition and meaning
Voorbeelden
Er sorgt für eine gute Unterkunft. 

Hij zorgt voor een goede accommodatie.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store