Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sitzen
01
zitten, gaan zitten
Auf etwas mit dem Po sein
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
either
1e persoon enkelvoud
sitze
3e persoon enkelvoud
sitzt
onvoltooid deelwoord
sitzend
onvoltooid verleden tijd
saß
voltooid deelwoord
gesessen
Voorbeelden
Wir sitzen im Garten.
Wij zitten in de tuin.



























