schütteln
schü
ˈʃʏ
shu
tteln
təln
tēln
scheiteln

Definitie en betekenis van "schütteln"in het Duits

schütteln
01

schudden, door elkaar schudden

Etwas oder jemanden mit schnellen, wiederholten Bewegungen hin und her bewegen 
schütteln definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schüttele
3e persoon enkelvoud
schüttelt
onvoltooid deelwoord
schüttelnd
onvoltooid verleden tijd
schüttelte
voltooid deelwoord
geschüttelt
Voorbeelden
Sie schüttelt die Flasche vor dem Öffnen. 

Ze schudt de fles voor het openen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store