schütteln
Pronunciation
/ˈʃʏtəln/

Definitie en betekenis van "schütteln"in het Duits

schütteln
[past form: schüttelte]
01

schudden, door elkaar schudden

Etwas oder jemanden mit schnellen, wiederholten Bewegungen hin und her bewegen
schütteln definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schüttele
3e persoon enkelvoud
schüttelt
onvoltooid deelwoord
schüttelnd
onvoltooid verleden tijd
schüttelte
voltooid deelwoord
geschüttelt
Voorbeelden
Schüttel die Milch gut!
Schud de melk goed!
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store