Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
reiten
01
paardrijden, rijden
Auf einem Pferd zu sitzen und es zu steuern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
either
1e persoon enkelvoud
reite
3e persoon enkelvoud
reitet
onvoltooid deelwoord
reitend
onvoltooid verleden tijd
ritt
voltooid deelwoord
geritten
Voorbeelden
Sie reitet jeden Sonntag auf dem Reiterhof.
Zij rijdt paard elke zondag op de manege.



























