reichen
reichen
ʁaɪ̯çn
raichn
reihenrechenriechen

Definitie en betekenis van "reichen"in het Duits

reichen
01

volstaan

Ausreichend sein für einen bestimmten Zweck oder eine bestimmte Zeit 
reichen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
reiche
3e persoon enkelvoud
reicht
onvoltooid deelwoord
reichend
onvoltooid verleden tijd
reichte
voltooid deelwoord
gereicht
Voorbeelden
Das Geld reicht nicht für einen Urlaub. 

Het geld volstaat niet voor een vakantie.

02

doorgeven

Jemandem etwas mit der Hand übergeben 
reichen definition and meaning
Voorbeelden
Kannst du mir das Salz reichen? 

Kun je me het zout aangeven?

03

reiken, bereiken

Eine bestimmte räumliche Ausdehnung haben oder bis zu einem Punkt gehen 
reichen definition and meaning
Voorbeelden
Die Äste reichen bis zum Fenster. 

De takken reiken tot aan het raam.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store