Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
reichen
01
volstaan
Ausreichend sein für einen bestimmten Zweck oder eine bestimmte Zeit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
reiche
3e persoon enkelvoud
reicht
onvoltooid deelwoord
reichend
onvoltooid verleden tijd
reichte
voltooid deelwoord
gereicht
Voorbeelden
Reicht dir das Wasser?
Is het water genoeg voor jou?
02
doorgeven
Jemandem etwas mit der Hand übergeben
Voorbeelden
Sie reichte ihm die Unterlagen.
Ze overhandigde hem de documenten.
03
reiken, bereiken
Eine bestimmte räumliche Ausdehnung haben oder bis zu einem Punkt gehen
Voorbeelden
Seine Haare reichten ihm bis zur Taille.
Zijn haar reikte hem tot aan zijn middel.



























