rasieren
ra
ʁa
ra
sie
ˈsi:
si
ren
ʁən
rēn
rangierenradieren

Definitie en betekenis van "rasieren"in het Duits

rasieren
01

scheren, zich scheren

Haare mit einem Rasierer entfernen 
rasieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rasiere
3e persoon enkelvoud
rasiert
onvoltooid deelwoord
rasierend
onvoltooid verleden tijd
rasierte
voltooid deelwoord
rasiert
Voorbeelden
Er rasierte sich jeden Morgen vor der Arbeit. 

Hij scheerde zich elke ochtend voor het werk.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store