rasieren
Pronunciation
/ʀaˈziːʀən/

Definitie en betekenis van "rasieren"in het Duits

rasieren
[past form: rasierte]
01

scheren, zich scheren

Haare mit einem Rasierer entfernen
rasieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rasiere
3e persoon enkelvoud
rasiert
onvoltooid deelwoord
rasierend
onvoltooid verleden tijd
rasierte
voltooid deelwoord
rasiert
Voorbeelden
Sie rasiert sich die Beine im Bad.
Ze scheert haar benen in de badkamer.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store