Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
orientieren
[past form: orientierte]
01
zich oriënteren, de richting bepalen
Die Richtung bestimmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
orientiere
3e persoon enkelvoud
orientiert
onvoltooid deelwoord
orientierend
onvoltooid verleden tijd
orientierte
voltooid deelwoord
orientiert
Voorbeelden
In der Stadt orientieren wir uns an markanten Gebäuden.
In de stad oriënteren we ons aan de hand van markante gebouwen.
02
zich oriënteren, zich richten naar
Sich nach etwas richten
Voorbeelden
Die Strategie orientiert sich an den Zielen der Aktionäre.
De strategie richt zich op de doelen van de aandeelhouders.



























