Zoeken
Das Opfer
[gender: neuter]
01
slachtoffer, offer
Eine Person oder ein Tier, dem etwas Schlimmes passiert
Voorbeelden
Er war ein Opfer des Unfalls.
Hij was een slachtoffer van het ongeluk.
02
offer, opoffering
Etwas, das man für ein höheres Ziel aufgibt
Voorbeelden
Sie machten viele Opfer für den Erfolg.
Ze hebben veel offers gebracht voor het succes.


























