Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
müssen
01
moeten, verplicht zijn te
Notwendigkeit oder Zwang ausdrücken
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
muss
3e persoon enkelvoud
muss
onvoltooid deelwoord
müssend
onvoltooid verleden tijd
musste
voltooid deelwoord
gemusst
Voorbeelden
Er muss früher aufstehen.
Hij moet vroeger opstaan.



























