der Nachbar
Pronunciation
/ˈnaχˌbaːɐ̯/

Definitie en betekenis van "nachbar"in het Duits

Der Nachbar
[gender: masculine]
01

buurman, buurvrouw

Der Mensch, der neben dir wohnt
der Nachbar definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Nachbarn
meervoudsvorm
Nachbarn
Voorbeelden
Unser Nachbar hat einen Hund.
Onze buurman heeft een hond.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store