Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Nachbar
[gender: masculine]
01
buurman, buurvrouw
Der Mensch, der neben dir wohnt
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Nachbarn
meervoudsvorm
Nachbarn
Voorbeelden
Unser Nachbar hat einen Hund.
Onze buurman heeft een hond.



























