Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mitkommen
01
meekomen, begeleiden
zusammen mit jemandem an einen Ort gehen oder reisen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
mit
basiswerkwoord
kommen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
komme mit
3e persoon enkelvoud
kommt mit
onvoltooid deelwoord
mitkommend
onvoltooid verleden tijd
kam mit
voltooid deelwoord
mitgekommen
Voorbeelden
Kommst du mit?
Kom je mee?
Lexicale Boom
mitkommen
mit
kommen



























