Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
merken
01
opmerken, merken
Etwas durch Beobachtung oder Gefühl erkennen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
merke
3e persoon enkelvoud
merkt
onvoltooid deelwoord
merkend
onvoltooid verleden tijd
merkte
voltooid deelwoord
gemerkt
Voorbeelden
Hast du gemerkt, wie ruhig es ist?
Heb je gemerkt hoe stil het is?
02
onthouden, memoriseren
Etwas im Gedächtnis behalten
Voorbeelden
Sie merkt sich alle Geburtstage.
Zij herinnert zich alle verjaardagen.



























